Laat geld niet zomaar verdwijnen! | Tips voor rekenonderwijs

Het verdwijnen van contant geld uit het dagelijks leven heeft gevolgen voor het onderwijs. Kinderen hebben moeite om de munten en het briefgeld te herkennen. Ze worden minder betrokken bij de dagelijkse boodschappen en zien vooral het gebruik van de pin.

Bij geld als middel ter ondersteuning van het onderwijs zal de focus vanuit gepast betalen, terug betalen en optellen met kommagetallen verschuiven naar globaal de prijs van je boodschappen bepalen en als je met een groep uit eten bent geweest de rekening verdelen voor het versturen van een tikkie. Kinderen zullen nog steeds blijven berekenen hoeveel weken ze moeten sparen om een gewenste gadget te kunnen kopen en hoeveel minder bij 20% korting. Maar de spaarpot wordt nauwelijks meer geleegd. Contant geld komt steeds verder af te staan van de belevingswereld van kinderen.

Dat geld steeds abstracter wordt,

Hoe kies je de rekenmethode die bij je school past?

Het kiezen van een nieuwe rekenmethode is een belangrijk moment om het huidige rekenonderwijs onder de loep te nemen. Het is goed om te weten dat alle methoden voldoen aan de te behalen referentieniveaus 1F en 1S met daarbij extra aanbod richting 1S+. De rekenmethoden verschillen van elkaar omdat er andere accenten worden gelegd. Denk daarbij aan: organisatie, aanpak van de instructie, ondersteunende materialen, nadruk op handelend rekenen, automatiseren en extra aandacht voor de begeleiding van zwakke of sterke rekenaars. Dit stappenplan biedt handvatten voor het kiezen van een rekenmethode die bij je school past.

Niet alleen voor kleuters | Doorstromen van 2 naar 3 met rekendoelen

Veel leraren in de groepen 2 en 3 besteden aandacht aan een doorgaande leerlijn rekenen vanuit de wens het werken in groep 3 te verschuiven naar betekenisvol leren in groep 3. Met de komst van de Tussendoelen rekenen-wiskunde (SLO 2017) bieden we een handvat om in beide groepen het rekencurriculum in een doorgaande lijn doelbewust, planmatig en vanuit handelen aan te bieden in een rekenhoek.

Tussendoelen rekenen-wiskunde PO versie 2017
In het novembernummer 2017 van Volgens Bartjens (Versteeg, 2017) werd informatie gegeven over de functie en werkwijze van de Tussendoelen rekenen-wiskunde voor het primair onderwijs 2017. De tussendoelen zijn een concretisering van referentieniveau 1S voor het vak rekenenwiskunde in het primair onderwijs en beschrijven wat leerlingen in de loop van groep 2 tot en met groep 8 moeten leren begrijpen, kennen en kunnen.

Kleuters in de hoek | Haal meer uit je kleuterhoek

Vaak horen we van leraren dat zij de kwaliteit van de rekenactiviteit willen verhogen door deze in een kleine groep aan te bieden. Differentiëren in een kleutergroep is immers een vanzelfsprekendheid. Maar hoe doen jonge kinderen in voldoende mate echte leerervaringen op? In dit artikel gaan we vanuit de praktijkervaring van Marieke in op de functie van rekenhoeken in een kleutergroep en geven we handvatten de hoek vooral te zien als plaats voor interactie, waarbij jonge kinderen gestimuleerd worden na te denken over verschijnselen, processen of problemen en zo samen leren hun gedachten verwoorden. (Zucker et al, 2013)

Praktijkvoorbeeld
Marieke benut de rekenhoeken in haar groep volop. Ze heeft zojuist met behulp van materialen in een grote kring gewerkt aan het doel ‘kan hoeveelheden tot ten minste 20 vergelijken’ en ordenen: ‘meer; minder;

‘Vooraf toetsen’ en/of ‘Blokvoorbereiding’ bij rekenen-wiskundeonderwijs?

Wat zijn de mogelijkheden van het afnemen van een toets vooraf aan een nieuw blok van de reken-wiskundemethode? Je gebruikt het voortoetsen om te weten welke mate van instructie de leerlingen in het volgende blok nodig hebben. Zo kun je ‘losser’ met de methode omgaan. Echter veel onderdelen (denk aan: het juiste strate­giegebruik, het leren verwoorden, logisch redeneren, maar bijvoorbeeld ook vrijwel alle meetkundige onderwerpen) uit de rekenles zijn niet te toetsen maar wel belangrijk.