Veelgestelde vragen rond (hoog)begaafdheid

Onze Experts (Hoog)begaafdheid krijgen regelmatig vragen. Dit zijn vragen van scholen of van ouders.

Staat uw vraag er niet bij? Neem gerust contact met ons op.

Hoe signaleer ik een hoogbegaafde leerling op school?

Er zijn verschillende lijsten met kenmerken van hoogbegaafde leerlingen op de markt. Bekijk onze checklist begaafdheidskenmerken. Enkele tips en aandachtspunten bij signalering zijn:

  • Signaleer zo vroeg mogelijk (Drent & Van Gerven, 2007). Bij voorkeur in de eerste weken in groep 1. Vervolgens jaarlijks in iedere groep/bij iedere nieuwe leerkracht voor de herfstvakantie. Vroeg signaleren betekent dat de leerling al in een vroeg stadium onderwijs aangeboden kan krijgen dat aansluit bij zijn/haar capaciteiten.
  • Maak duidelijke afspraken binnen het team over de wijze waarop signalering van (hoog)begaafde leerlingen plaatsvindt.
  • Zorg ervoor dat de leerkrachten op de hoogte zijn van leer- en persoonlijkheidseigenschappen van (hoog)begaafde leerlingen.
  • Voer een gesprek met ouders als het vermoeden bestaat dat een leerling (hoog)begaafd is of bij een zorgleerling, waarbij de oorzaak van de problemen niet direct duidelijk is. Ouders zijn een bron van informatie met betrekking tot de voorschoolse ontwikkeling van het kind en het functioneren van het kind in de thuissituatie.
  • Hoogbegaafde leerlingen hebben vaak een didactische voorsprong. Onderzoek hoe groot de didactische voorsprong is door het afnemen van methode-onafhankelijke en/of methode gebonden toetsen.
  • Let bij signalering niet alleen op schoolresultaten, maar ook op signalen die kunnen wijzen op mogelijke onderpresteerders. Probleemgedrag kan ook wijzen op (hoog)begaafdheid.

Is een intelligentieonderzoek of (hoog)begaafdheidsonderzoek altijd nodig wanneer er een vermoeden bestaat van hoogbegaafdheid?

Nee, niet altijd. Soms is de beschikbare informatie voldoende om tot een goed plan van aanpak te komen. Of volstaat een gesprek met de leerkracht, de ouders en/of het kind of het doen van een observatie om inzicht te krijgen in wat nodig is.

Mijn slimme kind doet het goed op school, haalt zonder moeite hoge cijfers en lijkt gelukkig te zijn. Moet mijn kind toch een aangepast aanbod krijgen op school?

Ja, dat is nodig omdat uw kind nu niet lijkt te leren. Leren is je iets eigen maken, tot beheersing komen van kennis en vaardigheid waar je dat in een eerder stadium nog niet kon. Leren is daarmee het verleggen van je eigen grenzen in kennis en vaardigheid (Wientjes, 2008). Dit impliceert dat iedereen die leert tot op een bepaald niveau onzekerheden aangaat. Dat betekent ook dat iedereen die leert fouten maakt en de dingen niet zomaar vanzelf kan (Termeer, 2010). Door uw kind een aangepast aanbod te bieden kan onderpresteren worden vermeden. Aan de hand van onderzoek naar de intelligentie en de schoolvorderingen van uw kind, kan worden bepaald wat uw kind nodig heeft om tot leren te komen.

Hoe herken ik een onderpresterend kind?

De signalen van onderpresteren zijn te verdelen in positieve en negatieve signalen (Pluymakers & Span, 1999). Zien we bij een kind alleen de negatieve kenmerken, dan kunnen we stellen dat er weliswaar problemen zijn, maar dat deze niet veroorzaakt worden doordat het kind onderpresteert. Veel onderpresteerders voldoen in meer of mindere mate aan deze kenmerken.

Positieve kenmerken:

  • ongewone interesses
  • veel lezen in vrije tijd
    begrijpt en onthoudt informatie wanneer het kind geïnteresseerd is
  • een grote feitenkennis
  • verschil in mondelinge en schriftelijke prestaties, mondelinge prestaties zijn beter
  • levendige verbeelding
  • ontdekkingsdrang en creativiteit
  • komt uit de verf bij onderwijs op maat
  • is gevoelig

 

Negatieve kenmerken:

  • onnodige fouten
  • neerwaartse lijn in prestaties
  • ontevreden over eigen prestaties
  • doelen worden te hoog gekozen
  • niet maken van huiswerk
  • heken aan automatiseren
  • faalangst/perfectionisme
  • verzet tegen autoriteit
  • snel afgeleid
  • slechte concentratie
  • afwijzen van verantwoordelijkheid

Wat is het nut van een plusklas/verrijkingsgroep?

Een verrijkingsgroep is vooral bedoeld om de betere leerlingen in staat te stellen het beste uit zichzelf te halen door met en van elkaar te leren en zich in brede zin te ontwikkelen. Meestal gebeurt dat door activiteiten te bieden ter aanvulling op en/of vervanging van het reguliere leerstofaanbod, zowel gericht op vakinhoud als op het gebied metacognitieve vaardigheden. Daarnaast kan zo’n groep om pedagogische redenen in het leven zijn geroepen om persoonlijke groei te realiseren op het gebied van bijvoorbeeld sociale competenties en zelfbeeld (Janson, 2010).

Worden de kosten van onderzoek en begeleiding vergoed door de gemeente?

Er zijn mogelijkheden om via de gemeente vergoeding te krijgen voor begeleiding. Deze mogelijkheden verschillen per gemeente. Een (hoog)begaafdheidsonderzoek wordt daarentegen niet vergoed. Neem contact op met uw gemeente voor meer informatie.

Stelt OBD Noordwest de diagnose (hoog)begaafdheid?

Nee, omdat er geen algemene definitie van (hoog)begaafdheid bestaat. Er bestaan verschillende wetenschappelijke opvattingen in het denken over begaafdheid. Wat die opvattingen gemeen hebben, is het uitgangspunt dat alleen een zeer hoge intelligentie niet voldoende is om van (hoog)begaafdheid te kunnen spreken. Na onderzoek kunnen we zeggen wat de capaciteiten van een kind zijn en of het kind de aanleg heeft om op hoogbegaafd niveau te functioneren. Daarnaast geeft een onderzoek informatie over wat er nodig is om het kind zich optimaal te laten ontwikkelen.

Wat is het verschil tussen een intelligentieonderzoek en een begaafdheidsonderzoek?

Bij een intelligentieonderzoek wordt alleen een intelligentietest (WISC-V-NL) afgenomen. Hieruit komen IQ-scores voor verschillende vaardigheidsgebieden naar voren. Een begaafdheidsonderzoek omvat meer. Er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar het niveau van de huidige schoolse vaardigheden (aan de hand van toetsen voor lezen, spellen en rekenen), motivatie, creativiteit, niet-schoolse vaardigheden en leer- en persoonseigenschappen. Uitsluitend een intelligentieonderzoek is niet voldoende om goed te kunnen bepalen wat uw kind nodig heeft.

Vanaf welke leeftijd kan de intelligentie van een kind worden onderzocht?

De WISC-V-NL is de meest gebruikte intelligentietest in Nederland. Deze test kan worden afgenomen bij kinderen van 6 t/m 16 jaar. Voor jongere kinderen (4-6 jaar) is de WPPSI-III-NL geschikt. Kinderen jonger dan 6 jaar ontwikkelen zich echter nog met horten en stoten, zodat de voorspellende waarde van intelligentieonderzoek beperkt is (Drent & Van Gerven 2002, Peters 2007). Bij kinderen onder de 6 jaar spreken we ook van een ontwikkelingsvoorsprong en niet van (hoog)begaafdheid.

Meer informatie?